Groen op een bedrijventerrein is geen versiering. Het kan zorgen voor koelere gebouwen, minder
wateroverlast, gezondere medewerkers en een prettigere werkomgeving. Volgens John Koomen,
voorzitter van Koninklijke VHG, wordt het tijd dat ondernemers die waarde ook zo gaan bekijken:
niet als kostenpost, maar als investering die direct én op lange termijn iets oplevert.

“Je zou het moeten willen”, zegt John. “Meer geld, gezondere mensen, betere productie. Niemand wordt blij in een betonnen omgeving.” Voor hem is het een open deur. Vraag mensen waar ze vroeger het liefst speelden, waar ze vakantie vieren of wat ze in hun pauze doen en het antwoord ligt vaak buiten. “Mensen ervaren iedere dag wat groen met ze doet, maar zetten dat nog te weinig om naar hun werkomgeving.”

Juist daar liggen kansen. Groen op daken en gevels helpt gebouwen koeler te houden. Bomen en beplanting zorgen voor schaduw, vangen water op en maken een terrein prettiger. Regenwater kan worden opgeslagen en opnieuw gebruikt, bijvoorbeeld voor toiletten of het koelen van machines. “We hoeven niet alles opnieuw uit te vinden. Kijk naar hoe de natuur problemen oplost.”

Wat groen kan doen
Die overtuiging kreeg bij John zelf al vroeg extra lading. Een klant werd ernstig ziek en bracht de laatste weken van zijn
leven door met uitzicht op zijn tuin. Na zijn overlijden vertelde zijn weduwe hoeveel die tuin voor hem had betekend: de bloemen, vlinders en alles wat er leefde. “Toen besefte ik hoeveel effect ons werk eigenlijk heeft.”

Als voorzitter van Koninklijke VHG wil hij die waarde breder op de agenda krijgen. Niet alleen binnen de groensector, maar
ook bij ondernemers en vastgoedeigenaren. Het kennis- en innovatie programma Werklandschappen van de Toekomst past daar precies bij: bedrijventerreinen waar naast werken ook ruimte is voor groen, water, beweging en verblijf.

Anders omgaan met geld en ruimte
Dat vraagt om anders kijken naar investeringen. Een groen dak, gevelgroen of gezamenlijke wateropvang kost geld, maar
kan ook koelingskosten verlagen, waterproblemen beperken en een locatie aantrekkelijker maken. En een groene en halfverharde omgeving kan ook fijn zijn om in te verblijven en te recreëren. “Kijk naar wat het oplevert en niet alleen naar wat het aanvankelijk kost.”

En juist in Westfriesland mag dat volgens John best wat ambitieuzer. “We zijn hier heel nuchter. Veel wordt als normaal aangenomen. Kijk een wat er nog meer kan en blijf je verbazen. Daar worden we allemaal beter van.”